Drama Bovenbouw

4 HAVO staat in het teken van het werken aan een productie. Je begint met een speltraining om de individuele spelkwaliteiten te ontwikkelen. Daarna doe je een studie naar diverse schrijvers en stijlen en kiest de klas voor een stuk/te dramatiseren verhaal.

Je analyseert de teksten en karakters, bewerkt eventueel de teksten en start het repetitieproces. Vaak wordt het eindresultaat gepresenteerd in de Melkweg.

 5 HAVO staat in het teken van het eigen spelonderzoek wat resulteert in een zelfgemaakte solo. Daarna is het maatschappelijk theater een belangrijk onderdeel.

 

4 VWO biedt een ander programma. Je werkt aan het “dialogenproject” waarin je een dialoog uit het Nederlandse tekstrepertoire kiest, een regieboek maakt, repeteert en presenteert.

Daarna staan het dramatiseren van de Griekse mythen en het hedendaags theater op het programma.

5 VWO maakt kennis met Shakespeare en zijn stukken. Daarbij wordt er hard gewerkt aan tekstbehandeling, tekstkennis en tekstbegrip. Je formuleert met een groepje een onderzoeksvraag en doet onderzoek naar de stukken van Shakespeare. Je kiest een aantal stukken uit, analyseert deze en probeert aan de hand van een theatrale presentatie en regieboek antwoord te geven op deze onderzoeksvraag.

Het tweede gedeelte bestaat uit “Spelen in het Toneelbeeld van Toneelgroep Amsterdam” Je maakt hierbij als groep samen met de docent een eigen versie van een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam. Gedurende het repetitieproces komt er een acteur uit deze voorstelling een gastles geven. De voorstelling speelt overdag in het toneelbeeld van Toneelgroep Amsterdam in de Stadsschouwburg. ’s Avonds kijken we in dezelfde zaal naar de versie van Toneelgroep Amsterdam

Na een aantal projecten wordt er in het de eerste helft van 6 VWO in een lessenserie gewerkt aan improvisatievaardigheden. Je rondt het vak af met het maken van een solo.